Doe mee op LinkedIn


Blog tags

Alle neuzen blog

Blog rond het boek 'Alle neuzen een andere kant op' van Leendert Baris.

mrt 30
2010

Perversiteit van de economie, de fatsoenlijke samenleving en de menselijke maat

Posted by: Leendert

Tagged in: loyaliteit

Leendert

 

Paul Scheffer schrijft in een artikel in de NRC Handelsblad van 20 maart over de kandidatuur voor het lijsttrekkerschap van de PvdA van Job Cohen onder andere het volgende:

‘De kredietcrisis heeft de perverse kanten getoond van een onbegrensde markteconomie. Cees van Lede, voormalig bestuursvoorzitter van AkzoNobel, velt een hard oordeel over de huidige leiders van het bedrijfsleven:”De loyaliteit is weg. Wat is het beste voor mij en waar kan ik het krijgen. En bedrijven halen mensen binnen die er geen geschiedenis mee hebben, geen gevoel voor de cultuur ervan. Hij noemt als voorbeeld Anders Moberg, die Ahold kwam redden:” Die is ook al weer weg bij het volgende bedrijf. Huurlingen zijn het. Mensen die een klus komen klaren. Als ik dat hoor weet ik genoeg (NRC Handelsblad, 3 januari 2010)'

Het zal toch niet zo zijn dat Paul Scheffer,  hoogleraar Grootstedelijke problematiek aan de UvA, nu pas de perverse kanten van de onbegrensde markteconomie heeft gezien. Of is hij er zich nu pas bewust van geworden? Dat de vrije markteconomie tot het tonen van perversiteit leidt is toch geen nieuws? Het systeem van het vrije ondernemen heeft geen enkel andere beperking van het uiten van pervers gedrag, dan het individuele geweten. Dat is nu eenmaal het kenmerk van vrijheid en onbegrensdheid, dat er geen beperking is. In de Nederlandse situatie wordt nog enige begrenzing voor het vrije economische gedrag aangegeven vanuit sociaaldemocratische (solidariteit) en christendemocratische (naastenliefde) hoeken. We nivelleren besteedbare inkomens door verschillende belastingschijven te hanteren. We herverdelen het belastinggeld en bepalen een salarisplafond voor bestuurders in (semi-) overheidsdienst aan de hand van het salaris van de Minister-president. Economie gaat over gedrag, nergens anders over. Gedrag van mensen wel te verstaan. En dat gedrag vertoont perverse kanten.

 Het gedrag van mensen – anders dan van dieren – wordt bepaald door een voortdurend afwegen tussen emotie en ratio: we denken voordat we iets doen. Als dat niet is gelukt omdat we spontaan vanuit emotie of intuïtie iets hebben gedaan, kunnen we er achteraf over nadenken en ons gedrag proberen te verklaren. Dat geeft ons het vermogen om te creëren en daarmee  onderscheiden wij ons van de dieren. Er zit in menselijk gedrag een directe link tussen een zelf bepaald te bereiken doel en daarvoor bedachte handelingen. In de loop der tijd leren we hoe dat te bereiken doel effectiever en efficiënter kan worden gerealiseerd, of dat het doel beter kan worden bijgesteld. We doen ervaring op en die gebruiken we voor het verbeteren van ons gedrag. Hiermee is in grote lijnen het creatieproces beschreven.

 Om nu te voorkomen dat voor het realiseren van het doel van organisaties telkens opnieuw het meest effectieve en efficiënte gedrag moet worden ontdekt, wordt dergelijk gedrag voorgeschreven. Door het management van de organisatie wel te verstaan. Het gewenste gedrag wordt in procesbeschrijvingen, procedures, interne regelgeving en functiebeschrijvingen vastgelegd. Elke individu kan deelnemen aan het werkproces zonder dat diens eigen leerervaringen van belang zijn. Zo kan een individu ook het werkproces verlaten, zonder dat daarmee diens ervaring verloren gaat. Dit omdat  het management door haar manier van organiseren en leiden heeft ‘gezekerd’ dat het collectieve gedrag binnen haar organisatie leidt tot het realiseren van de doelen van die organisatie.

‘Control’ is gericht op het ervoor zorgen dat iedereen zich aan de voor dat collectieve gedrag geldende normen houdt. Je hebt een omschreven taak en die moet je uitvoeren. Niet meer en niet minder. Afwijken van de opgedragen taak – op basis van individuele creativiteit - kan leiden tot verwijdering uit de organisatie.

Hiermee is volgens mij het meest perverse van de huidige maatschappelijke en economische ordening aangegeven. Namelijk; dat wat essentieel is voor de mens – het vermogen om te creëren -wordt in die ordening ondergeschikt gemaakt aan de inrichting van de maatschappij en diens economie. Niet het ontwikkelen an sich van de individu staat centraal, maar het binnen economisch aanvaardbare normen ontwikkelen. Het tempo waarin een individu wordt geacht zich te ontwikkelen is vastgelegd in normen (voor schoolloopbaan en studieduur) en wordt afgedwongen met economische middelen (subsidie en beurs). De richting waarin de individu zich moet ontwikkelen is ook vastgelegd (vgl. competentiegericht onderwijs). Het overbrengen van kennis (i.c. uitkomsten van eerdere creatieprocessen) om daarmee nieuwe creaties mogelijk te maken is te riskant. De individuele ontwikkeling van elk mens in deze samenleving wordt afgemeten tegen het direct te bepalen nut van die ontwikkeling voor samenleving en economie.

Daarmee wordt de ontwikkeling van talent in onze samenleving begrensd door de wensen vanuit een economie die we zelf met elkaar vormen. Daarom is zoiets als een innovatieplatform nodig, waarin innovaties worden afgemeten tegen het te verwachten nut ervan voor…..de economie. Alsof innoveren planbaar is. Creativiteit is iets individueels; dat kun je niet plannen. Je kunt het wel beperken.

De ordening van onze samenleving en de daarbij behorende inrichting van de economie is pervers. Anders gezegd: hij is tegennatuurlijk want – om professor Heertje te citeren - inhumaan. Lijkt me dat er geen kredietcrises nodig zijn om dat aan te tonen. Het feit dat er overigens serieus wordt gesproken over een voedselcrisis, terwijl er o.a. om economische redenen voedsel wordt vernietigd spreekt toch boekdelen.

De economie is niet iets van het Damrak, BNR, Nout Wellink of het Centraal Planbureau. De economie is niets anders dan het gedrag dat wij met z’n allen vertonen en tolereren.

 Als dat zo is, dan kunnen we er ook iets aan doen door ons gedrag te veranderen. We moeten een ordening van onze samenleving, onze organisaties en onze economie laten ontstaan waarin ons vermogen om te creëren weer centraal komt te staan. Een ordening gebaseerd op diversiteit en niet gericht op het beperken daarvan.

Misschien dat Job Cohen dat bedoeld met een fatsoenlijke samenleving.

In mijn boek ‘Alle neuzen een andere kant op’ (april 2010) geef ik aan hoe we binnen onze organisaties het individueel creëren weer centraal kunnen stellen. De enige manier om de perversiteit van onze samenleving en economie te bestrijden en – op z’n minst – te beperken, is om uit te gaan van de menselijke maat. Daarmee komt de loyaliteit van zowel medewerkers als managers vanzelf weer terug. En het fatsoen.

Commentaar (0)add comment

Schrijf commentaar
kleiner | groter

busy