|
jun 07
2010
|
|
|
De Nederlandse samenleving wordt sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw grotendeels bestuurd door christendemocraten. Die periode wordt gekenmerkt door ontzuiling en liberalisering van zowat alles van wat door de Staat werd geregeld (bijvoorbeeld Energie, Gezondheidszorg, Nederlandse Spoorwegen, Post, Telefonie etc.). Maar ook door vergaande individualisering van het openbare leven en nivellering van inkomensverschillen. Soms werden de christendemocraten geflankeerd door sociaaldemocraten, dan weer werd er geregeerd met liberalen. Kenmerk van het bestuur van de afgelopen 60 jaar is de neiging het gedrag tussen mensen onderling en de verhouding tussen mensen en de diverse overheden tot in de details te regelen. Het centrale idee hierachter is het besef dat mensen van elkaar verschillen. Verschillen in sexe (50/50), sexuele geaardheid, culturele en sociale achtergrond, huidskleur en andere uiterlijke kenmerken: een oneindige reeks verschillen kenmerkt ons als mensen.
Dat idee van die verschillen is voor christenen en sociaaldemocraten onverteerbaar. Voor God is immers iedereen gelijk. Hij of Zij maakt geen onderscheid tussen mensen op basis van hun afkomst, uiterlijk of sexe. Wel op basis van sexuele geaardheid natuurlijk, want homo’s en lesbo’s komen er volgens veel christenen niet in als ze aankloppen aan de hemelpoort. Maar overigens maakt God geen onderscheid en zijn we in principe aan elkaar gelijk.
Het sociaaldemocratische ideaal van gelijkheid betreft de op de oneerlijke verdeling van de opbrengsten uit arbeid gefundeerde ongelijkheid. De beste manier om die opbrengsten te verdelen is het bieden van opleidingsmogelijkheden aan iedereen in de samenleving. Dus zowel de “have’s” als de “have-not’s” moeten in staat worden gesteld mee te doen aan de “verheffing des volkes”, teneinde het eerlijk delen aan de basis te regelen.
Liberalen willen basaal slecht via wet regelen, dat de individu wordt beschermd tegen de staat. Een uitgangspunt dat begrijpelijk is gezien het feit dat vrijheid nodig is om je als individu te kunnen ontplooien. En individuele ontplooiing is nodig om te kunnen ondernemen, nieuwe uitvindingen te doen en geld te kunnen verdienen. Dus hoe minder Staat hoe betere voor de individu, diens ontwikkeling en uiteindelijk diens welbevinden. Verschillen tussen mensen zijn prima en vormen de basis voor een voortvarende ontwikkeling van een samenleving. Gelijkheid van mensen is voor een echte liberaal een gruwel.
De drie politieke stromingen en vooral hun gedachtegoed zijn te herleiden tot de bevrijding van de gewone volk van het totalitaire “oude” regime ten tijde van de Franse Revolutie. Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap vindt je in alle drie de stromingen terug, zij het in wisselende volgorden en verschillende intensiteit.Deze drie stromingen zijn er de afgelopen 60 jaar gebroederlijk in geslaagd de gelijkheid van de Nederlander op alle mogelijke manieren af te dwingen. De Grondwet windt er geen doekjes om en zegt in artikel 1:
“Allen die zich in Nederland bevinden , worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”
Dit artikel is in de volksmond bekend als het Anti-discriminatieartikel. In die strekking is het een goed wetsartikel. Iemand anders iets aandoen of ontzeggen slechts vanwege het feit dat hij of zij anders is dan jij, mag niet. Betekent het echter ook dat een individu slechts iets mag, als alle andere individuen in Nederland dat in principe ook mogen? En als ze dat mogen, moeten ze er dan ook toe in staat zijn of worden gesteld? Door wie? De individuele vrijheid om te ondernemen, te studeren of wat dan ook, kan op grond van dit artikel worden beperkt louter op grond van het feit dat niet iedereen datzelfde zou kunnen ondernemen of studeren?
De Nederlandse Staat onderkent en erkent dat mensen van elkaar verschillen, doch vindt het niet acceptabel als louter op grond van die verschillen, mensen verschillend worden behandeld.We zijn dus aan elkaar gelijk, omdat het in de wet staat. Dit ongeacht het feit dat elke individu van de ander verschilt.
De Nederlandse staat is een rechtstaat. Dat houdt in dat iedereen de vrijheid heeft om zijn recht te halen of dat van een ander te ontzeggen, mits dit aan een Rechter wordt voorgelegd. De Rechter gaat in zo’n geval vaststellen of geval A wel gelijk is aan geval B (tot n) en of dientengevolge de behandeling gelijk moet zijn. Hij zal zich baseren op de Grondwet en alle daaraan gerelateerde en voor speciale gevallen ontworpen wetgeving en rechterlijke uitspraken. De uitspraak kan daarop zijn gebaseerd; ook de Rechter is een individu en maakt deel uit van de samenleving. Daarom kun je in beroep tegen de uitspraak van de Rechter en een college van Rechters een uitspraak vragen.
Het komt erop neer dat door artikel 1 van de Grondwet door het vastleggen van onze gelijkheid, tegelijkertijd onze vrijheid ontneemt. In de sociologie wordt vrijheid wel gezien als de mogelijkheid om te doen en laten wat men wil terwijl een ander dat ook kan, zowel in lichamelijke als in geestelijke zin. Kan, maar niet moet. En als de ander niet kan maar wel wil, wat dan? Kan dan de vrijheid van de ander alleen daardoor of daarom worden beperkt? Politieke vrijheid duidt op de vrijheid van de dwang van anderen. Grondrechten en mensenrechten worden gezien als waarborg voor politieke vrijheid. Politieke vrijheden worden vaak opgenomen in de grondwet van een land.
Tegelijkertijd met de gelijkheid werd de broederschap tussen ons allen afgedwongen. Dit vindt tot op heden plaats door via allerlei vormen van directe en indirecte belasting ervoor te zorgen dat elke Nederlander naar draagkracht bijdraagt aan het levensonderhoud, de opleiding en de gezondheidszorg van zijn of haar landgenoten. Zowel christenen als sociaaldemocraten huldigen daarvoor de term “solidariteit”. Dus veel broederschap en (godgegeven) gelijkheid en niet te veel vrijheid. Want vrijheid is slecht voor de solidariteit en benadrukt ongelijkheid!
Liberalen kunnen zich niet vinden in dit herverdelen van inkomsten uit arbeid. Het leidt ertoe dat onvoldoende tot uiting komt dat iemand (de “ hardwerkende Nederlander”) hard zijn best heeft gedaan om te studeren en carrière te maken. En dat terwijl een ander – die nu via bijvoorbeeld een uitkering of huursubsidie profiteert van zijn verdiende geld – zich die moeite niet heeft getroost. Je ziet dan ook tijdens regeerperioden met de liberalen in de regering, dat onder meer de sociale zekerheid en het belastingstelsel op de schop worden genomen. Dus voor de liberalen veel vrijheid, voldoende gelijkheid en niet te veel broederschap. Je werkt voor je geld, net als iedereen. Je hebt de vrijheid om je te ontwikkelen en je kunt dat beter niet afhankelijk maken van anderen (“broeders”)
De Nederlandse samenleving is de afgelopen 60 jaar complexer geworden. Deels door maatschappelijke ontwikkelingen zoals emancipatie, maar ook en voor een groot deel door de toegankelijkheid van een onuitputtelijke hoeveelheid informatie. De Nederlandse overheid – met zijn basale angst van ongelijkheid tussen individuen – heeft gepoogd ook die complexiteit te ordenen en te regelen via op artikel 1 van de Grondwet gebaseerde detailwetgeving. Wetgeving op het gebied van inkomensverdeling, onderwijsstelsels, zorgstelsel, omroepstelsel, de lengte en de kleur van de sperziebonen en de witlofstronken, enz. Wetgeving vooral die ervoor moet zorgen dat er in de samenleving, dat wil zeggen tussen de individuele Nederlanders niets mis gaat op basis van vermeende ongelijkheid.
Daardoor is er zonder gemillimeter op de vierkante centimeter geen zinnig onderscheid meer te maken tussen de meeste politieke patijen. One-issue-partijen uitgezonderd, alhoewel de Partij voor de Dieren ook over inkomensplaatjes en de zorg geacht wordt een mening te hebben. Ook de politieke partijen zijn aan elkaar gelijk geworden.
De culturele verscheidenheid is ver te zoeken. Radio en televisie zijn “vertrost”. Gezellig als “ de grootste familie van Nederland” spelletjes doen en meezingen is niet slechts het parool bij de Tros. Nederlanders van buitenlandse origine moeten vernederlandsen (of wel inburgeren). Niet alleen omdat het handig is als en dat je Nederlands praat, maar ook en vooral omdat we ook graag zien dat Marokkanen, Turken, Iraniërs, Surinamers e.d. ook met ons meezingen en spelletjes doen met de grootste familie van Nederland. Geen gedoe, geen ongelijkheid en zeker niet opvallen met gekke kleren, taal en gezinsleven. En vooral lachen als je door Paul de Leeuw wordt afgezeken en zeker antwoord geven op elke stupide vraag die een radio of TV journalist je stelt.
Monocultuur in de landbouw leidt tot verslapping en verkleining van de oogst en uiteindelijk tot de ondergang van het geteelde gewas. In de natuur gedijen planten, dieren en andere organismen juist bij de gratie van verscheidenheid. Ze hebben elkaar nodig. Een stal met 3000 of meer geiten, koeien, kippen of varkens bevolken is vragen om enge ziekten en uiteindelijk dood en verderf onder die dieren (en de naburige mensen). De Mexicaanse griep heette eerst de Varkensgriep, de Q-koorts (geitenziekte) is dodelijk voor de mens. En wat te denken van de gekke-koeien-ziekte. En het uitbreken van die ziekten is niet het gevolg van inteelt; de fokprogramma’s worden wetenschappelijk begeleid.
Een samenleving van mensen is ook gebaat bij ongelijkheid, bij diversiteit. Niet alleen genetisch, maar ook sociaal, politiek en cultureel.
De afgelopen jaren wordt via enquêtes aangetoond dat we – dat wil zeggen die groep Nederlanders die aan zo’n onderzoek willen meedoen - ons leven waarderen met een 7. In de diverse nieuwsbulletins lees en hoor je dan dat we tevreden zijn met ons bestaan. Met een 7?? Dat is toch geen erg hoog cijfer voor een leven. Laten we eens gaan werken voor een 8 of een 9.
Wij allen, individuele Nederlanders (hardwerkend of niet) zullen daarvoor moeten willen afzien van onze gelijkheid. Zoek uit wat je ambities zijn in dit leven. Ga doen waar je goed in bent, waar je gelukkig van wordt en waar je anderen – je broeders - gelukkig mee maakt. Gebruik je eigen unieke set aan talenten en beperkingen om een voetafdruk in de maatschappij te maken. En laten we ervoor zorgen dat we een overheid kiezen die 90% van de bestaande gedragregulerende wetgeving afschaft. Leve de vrijheid, gelijkheid en broederschap!


